keyboard_arrow_up
Giuseppe Verdi
 11 april 2012 3 min. leestijd
Giuseppe Fortunino Francesco Verdi (9 oktober 1813 - 27 januari 1901) was één van de grootste componisten van Italiaanse opera's, waarvan hij er in totaal zesentwintig schreef. Zijn werk was zowel tijdens als na zijn leven zeer populair. Verdi werd geboren in Le Roncole in het hertogdom Parma, toentertijd bezet door Napoleon. In 1824 verhuisde hij naar Busseto, waar hij onder Ferdinando Provesi muziek begon te studeren.
Hij componeerde een ouverture voor Gioacchino Rossini's opera De barbier van Sevilla en verhuisde toen naar Milaan. Toen hij daar niet toegelaten werd tot het conservatorium, nam hij privé-lessen bij Vincenzo Lavigna. In 1838 kocht de belangrijkste Europese arrangeur, Giovanni Ricordi, de rechten van Verdi's muziek. Deze verbintenis zou de rest van Verdi's leven duren en overgaan op latere generaties van de Ricordi's. Verdi beschouwde Tito en Giulio Ricordi als familie.

Verdi's eerste grote succes was Nabucco uit 1842, in het La Scala-theater. Hierin vertolkte de sopraan Giuseppina Strepponi de rol van Abigail. De zangeres werd Verdi's minnares en lang na de dood van zijn eerste vrouw trouwde hij met haar.

I Lombardi (Milaan, 11 februari 1843) werd eveneens een succes, gedeeltelijk vanwege de politieke situatie (zie onder), net als later Ernani, in het theater La Fenice in Venetië. Het jaar daarop bevestigden Jeanne d'Arc en La Forza del Destino zijn roem, maar omdat hij de uitvoering in het Scala ondermaats vond, vroeg hij Ricordi om dit werk niet meer daar uit te laten voeren. De premières van Attila, Alzira en Macbeth werden in andere Italiaanse steden gehouden. I Masnadieri werd uitgevoerd in Londen.

Terwijl Milaan werd verloren en vervolgens heroverd door de Oostenrijkers schreef Verdi Il Corsaro, La Battaglia di Legnano, en Luisa Miller, en begon hij aan het nooit afgemaakte Manon Lescaut. Na de polemieken voor zijn Stiffelio, triomfeerde hij in 1851 in Venetië met Rigoletto (naar Victor Hugo) en in 1853 in Rome met Il Trovatore. De eerste soirés van La Traviata daarentegen werden een fiasco.

Andere beroemde opera's volgen in deze periode, te weten Vespri Siciliani (Parijs), Aroldo (een herziening van Stiffelio), Simon Boccanegra (in het La Fenice), en het gecensureerde Un Ballo in Maschera. Verdi was daarna betrokken bij de Italiaanse eenwording en werkte aan kleine revisie's van eerder werken tot 1866, het jaar waarin Don Carlos (naar Schiller) voor het eerst te zien was in Parijs. In 1872 werd Aïda voor het eerst uitgevoerd in La Scala, met groot succes. Verdi schreef het voor de Egyptische Khedive ter gelegenheid van de opening van een nieuw operagebouw in Caïro en niet, zoals vaak wordt gedacht, voor de opening van het Suezkanaal.

Rond deze tijd ontstonden er problemen in Verdi's relatie met de Ricordi's, die verdacht werden van vergaande financiële onregelmatigheden. Niettemin was het een suggestie van Giulio Ricordi die leidde tot het in 1887 uitgebrachte Otello, dat beschouwd wordt als de perfecte Italiaanse tragische opera. Na meer herzieningen van eerder werk, vaak in samenwerking met de componist en librettist Arrigo Boito, volgde Falstaff.

Verdi's werk bevatte vaak nauwelijks verholen steunbetuigingen aan het Italiaanse nationalisme. Van het "Koor van de Joodse slaven" uit Nabucco bijvoorbeeld, ook bekend als Va, Pensiero werd en wordt vaak gezegd dat het een goed Italiaans volkslied zou zijn.

Na de voltooiing van zijn "Casi di Riposo" ("rusthuis"), een rusthuis voor onbemiddelde kunstenaars, overleed hij in 1901 in Milaan aan een beroerte. Zijn begrafenis kende een enorme opkomst: ongeveer een kwart miljoen rouwenden betuigden hun respect aan Verdi, één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Italiaanse muziek. Verdi is natuurlijk de operacomponist bij uitstek.

De Opera's:
  • Oberto - 1839
  • Un Giorno di Regno - 1840
  • Nabucco - 1842
  • I Lombardi - 1843
  • Ernani - 1844
  • I due Foscari - 1844
  • Giovanna d'Arco - 1845
  • Alzira - 1845
  • Attila - 1846
  • Macbeth - 1847
  • I masnadieri - 1847
  • Jérusalem - 1847
    (aangepaste versie van I Lombardi)
  • Il corsaro - 1848
  • La battaglia di Legnano - 1849
  • Luisa Miller - 1849
  • Stiffelio - 1850
  • Rigoletto - 1851
  • Il trovatore - 1853
  • La traviata - 1853
  • Les vêpres siciliennes - 1855
  • Simon Boccanegra - 1857
  • Aroldo - 1857
    (aangepaste versie van Stiffelio)
  • Un ballo in maschera - 1859
  • La forza del destino - 1862
  • Macbeth - 1865
    (aangepaste versie)
  • Don Carlos - 1867
  • La forza del destino - 1869
    (aangepaste versie)
  • Aida - 1871
  • Don Carlo - 1872
    (aangepaste versie van Don Carlos)
  • Simon Boccanegra - 1881
    (aangepaste versie)
  • Don Carlo - 1884
    (tweede versie)
  • Don Carlo 1886
    (derde versie)
  • Othello - 1887
  • Falstaff - 1893
Dit artikel verscheen voor het eerst 7 jaar geleden.