keyboard_arrow_up
Kröller en Müller, kunst op krediet
 14 oktober 2015 4 min. leestijd
video_library
Anton Kröller maakte naam als de grondlegger van Het Nationale Park De Hoge Veluwe en als financier van de wereldberoemde moderne kunstcollectie Kröller-Müller, die zijn vrouw Helene bijeenbracht. Dat al deze grote aankopen werden gefinancierd met leningen, is minder bekend.
Place du forum (1888) door Vincent van Gogh
Portret van Joseph Roulin (1898), Vincent van Gogh (foto: Kröller Müller Museum)

De families Kröller en Müller komen bij elkaar

In 1876 richt Wilhelm Müller in Düsseldorf Wm H. Müller & Co op. In 1878 wordt er een vestiging in Rotterdam geopend, die zal uitgroeien tot het belangrijkste kantoor van de onderneming. Willem Kröller treedt in 1881 in dienst en wordt verantwoordelijk voor de vestiging Rotterdam. Anton Kröller, de broer van Willem, loopt stage in het buitenland, onder andere bij het cargadoorsbedrijf Wm H. Müller & Co in Düsseldorf. Hier leert hij Helene Müller de dochter van Wilhelm Müller kennen. Wanneer Willem Kröller in 1885 ziek wordt, volgt zijn broer Anton hem op als directeur van het kantoor in Rotterdam. In 1888 trouwen Anton en Helene met elkaar en wanneer zijn schoonvader een jaar later onverwacht overlijdt, wordt Anton Kröller op 27 jarige leeftijd de enige directeur van de inmiddels in Nederland gevestigde Wm H. Müller & Co's Stuwadoors Maatschappij N.V.
Helene Müller en Anton Kröller rond 1888 (foto: Wikipedia)
Zelfportret (1887) door Vincent van Gogh (foto: Kröller Müller Museum)

Het verzamelen begint

Helene komt in 1905 in contact met de excentrieke kunstkenner H.P. Bremmer. Deze New Age avant la lettre sprak Helene zeer aan en ze nam Bremmer in dienst als adviseur bij het aanleggen van haar kunstcollectie. Zijn spirituele invalshoek trok hem naar de moderne kunst zoals Renoir, Breitner, Toorop, Millet en later Bart van der Leck en Mondriaan. Maar in het middelpunt stond Vincent Van Gogh, in 1905 nog aardig onbekend, maar volgens Bremmer een man die door zijn lijden tot een diep inzicht in de menselijke ziel was gekomen.
Vanaf 1905 werden schilderijen, tekeningen en beeldhouwwerken van moderne kunstenaars gekocht. Ook kocht Helene kunst uit vroegere perioden, tot in de vijftiende eeuw, zoals Grieks keramiek en schilderijen uit China en Japan.
Om de kunstwerken uit handen van schuldeisers te houden, werden deze in 1928 ondergebracht in de daarvoor opgerichte Kröller-Müller Stichting. Bij de vorming van deze stichting bestond de verzameling uit ongeveer 800 schilderijen, 275 beelden, 5.000 tekeningen en grafiek en 500 stuks kunstnijverheid. Hieronder bevinden zich 91 schilderen en 180 tekeningen van Vincent van Gogh.
In het café (1877), door Auguste Renoir (foto: Kröller Müller Museum)

Landgoed om rijk te lijken

Vanaf 1909 begon Anton Kröller stapsgewijs stukken grond op de Veluwe aan te schaffen, om die vervolgens aaneen te schakelen. In 1917 bezat hij maar liefst 6.800 hectare. De N.V. Müller & Co. was daarmee de belangrijkste grootgrondbezitter op de Veluwe, op de koninklijke familie na. Nadat een groot deel van het landgoed werd omrasterd liet Anton er, met oog op de jacht, edelherten, wilde zwijnen en moeflons uitzetten. Er liepen zelfs ook enige tijd kangoeroes.
Doel van al deze aankopen was om aan de buitenwereld het succes en rijkdom te tonen en zo weer makkelijker geld aan te trekken voor zijn bedrijf. Dit stelt Ariëtte Dekker in haar boek Leven op krediet. Om zijn zakenrelaties te kunnen ontvangen liet Anton een jachthuis bouwen. Dit door de architect H.P. Berlage ontworpen jachthuis Sint Hubertus werd in 1920 opgeleverd. Ook ontstonden er plannen om op de Veluwe een groots museum te bouwen voor de kunstcollectie van Helene. De Belgische architect Henry van der Velde ontwierp het museum, maar dit ontwerp werd nooit voltooid.
Jachthuis Sint Hubertus (foto: Wikipedia)

Het einde van het imperium en het begin van het museum

De expantie van de N.V. Müller & Co., alsmede de aanschaf van kunst en gronden, werd voornamelijk gefinancierd met kapitaal van externe vermogensverschaffers. Toen in 1921 de graanmaatschappij van het concern failliet ging door een graancrisis kon de onderneming geen nieuw kapitaal meer aantrekken. Hierdoor was het niet meer mogelijk het ene gat met het andere te dichten, zoals dat de voorafgaande twintig jaar wel gelukt was. De financiering van de onderneming bleek een piramidespel, zo stelt Ariëtte Dekker in haar boek. Toen dit kaartenhuis instortte zorgde dit ook bij de financiers voor problemen. Zo kwam de Rotterdamsche Bankvereeniging (Robaver), destijds een van de grootste banken van Nederland, ook in de problemen omdat Müller & Co. niet meer aan zijn betalingsverplichtingen kon voldoen. Wanneer de overheid niet had ingegrepen, zou Robaver failliet zijn gegaan.

Dit ingrijpen deed de Staat door in 1935 het bankroet van Müller & Co te voorkomen. "De staat kocht het park voor 800.000 gulden. Een schijntje. Anton Müller had er zeker 3 miljoen aan uitgegeven." Zegt Ariëtte Dekker in een interview dat ze in juni 2015 aan De Telegraaf gaf. "Later heeft de staat nog 2 miljoen euro aan leningen gegeven, die kwijtgescholden zijn. Daarvoor kreeg men een park van 6.000 hectare. De kunstcollectie – waarde nu: 5 miljard euro – kreeg men er gratis bij."

Met de, via de Nederlandse Uitvoer Maatschappij beschikbaar gestelde, 800.000 gulden kocht Stichting Het Nationale Park De Hoge Veluwe in april 1935 de gronden en het jachthuis Sint Hubertus. Voorwaarde van de Staat was dat alle kunstvoorwerpen die sinds 1928 toebehoorden aan de Kröller-Müller Stichting, eigendom werden van de Nederlandse Staat. Helene en Anton Kröller bedongen daarbij dat de Kröller-Müller Stichting de collectie onder zou brengen in een nieuw te bouwen museum, het Kröller-Müller Museum in Otterlo.
Landweg in de Provence bij nacht (1890) door Vincent van Gogh (foto: Kröller Müller Museum)
Dit artikel verscheen voor het eerst 4 jaar geleden en heeft 4 jaar geleden een grote inhoudelijke update gehad.
10 maanden geleden zijn er nog een paar kleine aanpassingen doorgevoerd. Hierbij valt te denken aan het herstellen van hyperlinks, kromme zinnen, feitelijke onjuistheden of taalfouten.